Een eenzame kerst

Een eenzame kerst

18 dec 2019

Een kerstverhaal door Willem Koopmann (de Wijkagent)

Een paar vrouwelijke collega’s hadden een feestelijk Kerstontbijt georganiseerd. Turkse broodjes, gekookte eieren, kerststol, vleeswaren, kaas en verschillende zoetigheden stonden op een vrolijk gedekte tafel. De tafel, een aantal bureaus aan elkaar geschoven, was voorzien van een rood tafelkleed met opdrukken van dennentakken. Een paar brandende kaarsen maakten het plaatje compleet. 


Het was acht uur en de hele ploeg zat aan tafel. Op tafel stonden ook twee portofoons om de meldkamer en ons eigen kanaal uit te luisteren. Het radioverkeer was rustig, maar je weet nooit wat de kerstdagen brengen. Soms kan het ineens heel hectisch worden. Maar nu begon Kerstmis in onze wijk rustig. Na het ontbijt startte ik met een collega de wijksurveillance. Rustig reden we door de wijk en overal zagen we netjes geklede mensen en versierde huiskamers en winkels. Iedereen, op weg naar familie, uitje of kerk zag er vrolijk en ontspannen uit. Het was ook een mooie dag: geen witte Kerst, maar het vroor wel, windstil en grijs. Nog een paar van deze dagen en je kon vóór oud en nieuw schaatsen.

Op de langste laan van Nederland zagen we een bekende: Frans. Frans is dakloos. Hij graaide met zijn handen, voorzien van vinger loze handschoenen, in een afvalbak naast een abri. Een lange man van een jaar of veertig met een flinke bos haren en woeste baard. Hij had het enkele jaren terug nog erg goed. Eigen bedrijfje, huis, vrouw, gezond. Zijn vrouw hield nog steeds van hem, maar Frans was veranderd. Wat er precies was gebeurd weet ik het niet, maar Frans was eerst architect en ontwierp de mooiste dingen. Hij werkte graag alleen, anderen moesten zijn ontwerpen aan de man brengen. Op een gegeven moment raakte hij zijn bedrijfje kwijt, isoleerde zich steeds meer en vervreemde van zijn vrouw. Frans ging na een mislukte therapie en opvang op straat leven. Daar vond Frans nu al jaren zijn weg. Hij had een paar slaapplaatsen in de wijk en woonde ook een tijdje onder een brug, maar ging daar weg toen hij er een buurman bij kreeg.
Het was Kerst en Frans, met zijn handen in de afvalbak, spraken we daarom aan. “Goedemorgen Frans. Nog niet gegeten?” vroeg mijn collega. Frans keek je nooit direct aan maar een beetje langs je heen.
“Ja morgen, mensen gooien veel weg hé en sommige dingen zijn nog helemaal goed.” zei Frans haastig. Hij gaf nooit direct antwoord op je vraag en leek zich een beetje te schamen, wist misschien ook niet eens dat het Kerst was.
“Frans, het is eerste kerstdag en wij weten waar je gratis kan eten en drinken. Als je wilt kunnen we je brengen.” zei mijn collega. Frans keek ons argwanend aan. Bij Frans moest je duidelijk zijn.
“Kom Frans, ga lekker zitten.” zei ik en deed het portier van onze auto open en nodigde, door licht voorover te buigen met een sierlijke zwaai van mijn arm, Frans uit om plaats te nemen. Frans nam zwijgend plaats op de achterbank.
Wij wisten dat er altijd wel kerken, buurthuizen en andere organisaties onderdak bieden voor eenzame mensen, daklozen en ouderen tijdens de kerstdagen. Ook in onze wijk was er een dag georganiseerd om deze mensen de hele dag bezig te houden met, zingen, spelletjes en films kijken. Ook konden ze dan genieten van een ontbijt, lunch en diner. Vrijwilligers hadden hun handen vol, maar deden dat met liefde; Frans brachten we daar naar toe en wij werden vriendelijk ontvangen.
“Zo, weer een nieuwe gast,” sprak de vrouw die open deed. Frans keek met ogen als schoteltjes. “Kom binnen, koffie?” vroeg de vrouw bij de deur.
“Ja prima!” riepen mijn collega en ik in koor. Frans kreeg enthousiast van de vrouw een rode kerstmuts met witte bol, op zijn hoofd gezet. Hij vond het allemaal goed en liep met ons de grote zaal binnen en ging zonder iets te zeggen zitten aan een tafel in de hoek. Hij kreeg koffie ingeschonken en op tafel werd een blad met broodjes neergezet. Frans pakte meteen twee broodjes in een hand, zijn vinger loze handschoenen nog aan, en terwijl hij grote happen van zijn broodjes nam, probeerde hij ook nog te drinken van zijn hete koffie. Mijn collega en ik waren de keuken in gegaan bij de vrijwilligers.

In de bijkeuken naast de keuken zagen wij Loes staan bij een paar rekken en bakken kleding. Loes was een straatprostituee en verslaafd aan drugs. Ze knikte naar ons en liet ons trots wat kledingstukken zien die ze had gevonden. De mensen die daar behoefte aan hadden mochten gratis kleding, handschoenen en dassen uitzoeken en meenemen. Loes had ook haast want ze moest nog lang werken. De feestdagen brachten haar extra geld op. Loes gaf een paar vrijwilligers een dikke zoen en zwaaide ons na. Ze had een flink lunchpakket meegekregen om de dag door te komen. De vrijwilligers hadden te doen met Loes.
Na de koffie werden we vriendelijk weer uitgezwaaid. Toen we wilden wegrijden zagen we nog net Frans het buurthuis uitkomen. Hij was drukdoende een paar broodjes in zijn zakken te stoppen en liep stoïcijns de straat uit. Mijn collega en ik keken elkaar aan en haalden onze schouders op. Frans vierde Kerst op zijn manier.

Het bleef, op een paar kleine incidentjes na, rustig die dag. Toen wij rond half vier terugreden naar het bureau voor de aflossing, zagen wij Frans weer staan op de langste laan van Nederland, weer bij een afvalbak maar hij graaide er niet in. Misschien omdat er wat mensen stonden bij de abri. Hij zou wel wachten tot de mensen de tram zijn ingestapt. We hadden de auto aan de kant gezet en keken naar Frans. Het had geen zin om hem weer mee te nemen; hij had de hele dag lekker warm kunnen zitten en genoeg kunnen eten. Maar Frans koos voor zijn eenzaamheid. Hij heeft wel veel plezier gehad van de kerstmuts: tot dik in februari kon je hem al uit de verte herkennen aan het rode ding!



Terug